mercredi 31 mars 2010

La couleur de ses rêves

Volgens Marcus was de lievelingskleur van Madame de Pompadour roze. Ik wist niet hoe hij daar bij kwam, maar hij had het over een schilderij dat we samen tijdens de jaarlijkse kunstvoorstellingen hadden gezien.

'Madame in haar rozentuin, met een lichtroze jurk en in haar armen enkele licht roze rozen,' beschreef hij het tafereel.

Ik dacht na terwijl we in de keuken stonden. Veel verder met mijn drie gerechten voor Madame de Pompadour was ik nog niet gekomen.

'Ze zag er zo lieflijk uit. Venuto, ben je dit nu al weer vergeten?' ging Marcus verder.

'Lieflijk?' vroeg ik. Madame de Pompadour leek mij alles behalve een lieflijke dame. 

Marcus knikte vastberaden. Ik wilde hem niet teleurstellen dus na verschillende probeersels en combinaties koos ik uiteindelijk voor een salade met stukjes gebakken spek en rozenblaadjes als voorgerecht, een klassieke bouillabaisse als hoofdgerecht, en vanille-ijs met rozenblaadjes, aardbeien, frambozen en een scheutje rozensiroop als nagerecht.

'Parfait,' gaf Marcus zijn oordeel.

Mijn vader wilde ook graag proeven. Hij verzekerde mijn moeder en Marcus dat ik niets te vrezen had. Hij voegde er aan toe dat mijn roze gerechten iets modern en tegelijkertijd klassiek bezaten. Veel verder kwam hij niet. Mijn moeder en Marcus lachten om zijn poging mijn gerechten te beschrijven. Het was opmerkelijk dat hij zich van ons vieren het meest bezorgd maakte. Hij stond erop om voor mij een nieuwe messenzet, een nieuwe koksbroek, een nieuwe koksbuis en drie dozijnen zakdoeken te laten maken, allemaal van mijn initialen, VV, voorzien. Met Marcus leverde hij mij verder hoogstpersoonlijk in Versailles af. Ik herinner mij dat hij onderweg, in de koets, aanbood mij in de keuken te assisteren. Marcus antwoordde echter dat ik alles onder controle had.

'Papa, koken en onzekerheid verdragen elkaar niet,' zei hij.

Toen ik na het diner door Madame de Pompadour in haar vertrekken werd ontboden, vond ik haar gezeten achter haar schrijftafel, een stapel boeken en brieven voor zich met daarop het bord met de laatste resten van het dessert. Het eerste wat ze tegen mij zei was dat ze in haar leven nog nooit zo’n jonge chef-kok had gezien. Tot mijn verbazing vroeg ze me toen wat er in de salons van Parijs werd besproken. De salons van Parijs, had ik het goed gehoord, wilde ze dat weten? 

‘Wel nu?’ drong ze aan. 

‘Montesquieu en zijn trias politica,’ antwoordde ik waarheidsgetrouw. 

Ze keek me dwingend aan, maar ik kon niets meer over Montesquieu zeggen. Marcus had mij over Montesquieu verteld. Hij had mij geduldig uitgelegd wat het belang was van het scheiden van de machten, iets waar Madame de Pompadour en anderen in Versailles grote bezwaren tegen maakten, maar politiek interesseerde mij toen al niet. Ik mompelde dus maar dat mijn jongere broer, nog geen tien jaar oud, veel meer over Montesquieu wist te vertellen dan ik, dat ik het liever over genot en smaken had en heel benieuwd was wat ze van mijn gerechten vond.

Ze glimlachte, voor het eerst, en zei toen dat ze had genoten. Verrassend, ongewoon, vatte ze haar ervaring samen en roze was de kleur van haar dromen. Dromen in kleur? Hoe was dat? En hoe kon het dat Marcus gelijk had gehad? Ik had hier graag meer over willen horen, maar ze ging verder en zei dat ze nooit de tijd nam om te eten want ze had altijd zoveel te doen: corresponderen, hovelingen en diplomaten ontvangen, toneelvoorstellingen en jachten organiseren.

Madame zweeg en ik dacht een ogenblik na over haar lange dagen, hoe hard ze werkte terwijl de koning graag op jacht ging, plezier maakte en zich weinig om de hof- en staatszaken leek te bekommeren. Ik zag nu pas de donkere kringen onder haar ogen en hoe vermoeid ze was.

‘Waar houdt u van?’ vroeg ik haar toen maar.

‘Hoezo?’ vroeg ze verbaasd.

‘Uw lievelingsgerechten?’ probeerde ik opnieuw.

Ze zuchtte en antwoordde dat de koning vooral van biefstuk, hertenbouten, wild zwijn, kalkoen en kip hield en dat zij de voorkeur gaf aan kreeft, oesters, truffels, asperges en chocolade. Ze had ook last van koude voeten en handen. 

‘Aha,’ knikte ik begrijpend terwijl ik mij afvroeg wat ik met haar koude voeten en handen moest. Hiermee eindigde onze conversatie en begon mijn nieuwe bestaan. Voortaan zou ik als chef-kok van Madame de Pompadour door het leven gaan.

0 commentaires:

Enregistrer un commentaire